Een man en een vrouw leefden gelukkig samen. De man werkte van ´s ochtends vroeg tot ´s avonds laat en als hij thuiskwam had de vrouw zijn eten klaar. Ze bediende hem terwijl hij zijn maaltijd at en na de maaltijd bracht ze hem zijn krantje zodat hij rustig bij kon komen van het werk.
Op een dag wilde de man juist aan zijn maaltijd beginnen toen er op de deur werd geklopt. De vrouw deed open en daar stond een bedelaar. ´Geef mij altublieft wat eten. Ik heb al twee dagen geen voedsel gehad. Ik kan niet meer.´
De man die vanuit de kamer het hele gesprek kom volgen stond woedend op, rende de gang door en smeet de deur voor de neus van de bedelaar dicht.
De bedelaar wist niet hoe snel hij weg moest komen en hij troostte zichzelf met de woorden: ´God is groot. De smaad zou mij niet aangedaan zijn als mijn zonden niet groot waren. Maar ik heb hoop. Alles zal zich ten goede keren.´
De man die de bedelaar had weggestuurd voelde zich nergens schuldig over en hij ging verder met zijn maaltijd. Maar vanaf die dag verandere zijn leven. Zijn zaken die tot nu toe erg goed waren gegaan, liepen niet meer. Het werd zelfs zo erg dat hij alles wat hij had moest verkopen om zijn hoofd boven water te houden. Uiteindelijk had hij zo veel schulden gemaakt dat hij hij nog maar één uitweg zag. Hij riep zijn vrouw bij zich en zei tegen haar: ´Er zit niets anders op dan dat wij gaan scheiden. Ik kan niet meer aan mijn verplichtingen voldoen, ik zal verder door het leven gaan als bedelaar.´
De vrouw keerde terug naar haar ouderlijk huis en na enkele maanden ontmoette zij een nieuwe man. Al spoedig trouwden ze en haar leven ging op dezelfde voet verder als met haar eerste man. Ze bereidde de maaltijd, bediende haar echtgenoot en verwende hem.
Op een dag zat haar nieuwe man aan de maaltijd toen er aan de deur werd geklopt. De vrouw deed open en er stond een bedelaar voor de deur doe om eten vroeg.
Haar man hoorde het en hij sprong van tafel, greep het brood dat hij juist wilde gaan eten en gaf het aan de bedelaar.
Toen hij de deur weer dicht had gedaan, barstte de vrouw in snikken uit. Haar man vroeg wat er aan de hand was en stamelend begon zij haar verhaal: ´Vroeger leidde ik met mijn vorige man hetzelfde leven als wij nu samen hebben, maar op een avond heeft hij een bedelaar eten geweigerd. Vanaf die dag ging het bergafwaarts met hem en op een gegeven moment heeft hij zelfs een scheiding aangevraagd, omdat hij niet meer voor mij kon zorgen. De bedelaar die zojuist aan de deur stond was mijn vorige man.´
De man keek haar vol genegenheid aan en antwoorde: ´Ik ben de bedelaar die je man destijds weggestuurd heeft. En ziehier, ik heb zijn plaats ingenomen. De Goddelijke levenswet verlaagt degene die trots is en verhoogt de nederige.´
|